Historie

Uw Wheaten fokker en trimster in het noorden

 

Wat zegt de rasstandaard over de Irish Softcoated Wheaten Terrier :

 

Gebruik: Van oorsprong gebruikt door boeren voor het doden van ongedierte en andere klusjes op de boerderij.

 

Korte geschiedenis: De geschiedenis van de Irish Softcoated Wheaten Terrier is tamelijk vaag door hun nauwe verbondenheid met de andere Ierse terrier rassen. Die van de Wheaten is waarschijnlijk de oudste van de vier. In geschriften van 200 jaar terug wordt al gesproken over "soft-coated" honden. De verwantschap met de moderne Ierse Terrier, alhoewel niet goed gedocumenteerd, lijkt het resultaat geweest te zijn van doelbewuste kruisingen. De Wheaten heeft dus waarschijnlijk tamelijk gevarieerde voorouders.Ondanks de lange geschiedenis van de Wheaten werd de Softcoated Wheaten pas in 1937 officieel erkend door de Ierse Kennel Club.

Het ras is sindsdien gestaag in populariteit gegroeid en thans wereldwijd bekend.

 

Algemene verschijning: Een geharde, actieve hond met een korte ledenpartij, goed gebouwd, een indruk van kracht gevend. Niet te hoog en niet te laag op de benen.

 

Gedrag / Temperament: Levendig en dapper. Goedgehumeurd. Zeer aanhankelijk en trouw aan zijn eigenaren. Hoogst intelligent. Een betrouwbare, trouwe vriend, verdedigend maar niet agressief.

 

Vacht: Een hond met een enkele vacht die zacht en zijdeachtig aanvoelt, niet hard. Uitzondering hierop zijn jonge honden. Trimmen is toegestaan.

Getrimde honden: Kort geknipt bij de hals, borst en schedel, lang gelaten boven de oren en bij de onderkaak. Baard goed ontwikkeld. Overvloedige bevedering aan de benen. Het lichaam wordt zodanig getrimd dat de contouren goed zichtbaar zijn, maar niet gemodelleerd. Staart kort getrimd en netjes taps toelopend.

 

Pups: Zelden geboren met de juiste kleur en haarstructuur. Ze gaan door verschillende stadia van kleur en structuur alvorens zij de juiste volwassen vacht krijgen.Dit bereikt men meestal tussen de leeftijd van 18 maanden en 2,5 jaar. De kleur van pups kan zijn roodachtig,bruin,grijsachtig en soms helder tarwekleurig. Vaak met een zwart masker. Soms met een zwarte aalstreep of zwarte haarpunten op het lichaam. Deze zwarte tekening verdwijnt tijdens de groei.

 

Kleur: Elke schakering van lichttarwe tot een roodgouden tint.

 

Formaat en Gewicht: Schofthoogte: reuen 46-48 cm. teven iets kleiner. Gewicht: reuen 18-20,5 kg. teven iets minder.

 

Hoofd: Over het geheel krachtig zonder grof te zijn. Hoofd lang, in goede verhoudingen tot het lichaam. Het haar van dezelfde kleur als op het lichaam.

Schedel: Vlak tussen de oren, niet te breed.

Stop: Duidelijk.

Neus: Zwart en goed ontwikkeld.

Snuit: Niet langer dan de sch edel .

Kaken: Sterk en goed sluitend.

Tanden: Groot, regelmatig, schaar-of tanggebit, nooit onder- of bovenbijtend.

Wangen: Geen duidelijk zichtbare botten.

Ogen: Donker, donker hazelnoot, niet te groot, niet uitpuilend, goed geplaatst.

Oren: Klein tot middelgroot, naar voren gedragen in een lijn met de schedel. Donkere onderlaag op het oor toegestaan en niet ongewoon, vergezeld van een lichtgekleurde beharing er overheen. Dit is het enige gebied waar ondervacht toegestaan is. Rozen of "gevouwen" oor verwerpelijk.

Hals: Middelmatig lang en sterk, maar niet te zwaar. Zonder keelhuid.

 

Lichaam: Niet te lang. Lengte van schoudertoppen tot de staartaanzet ongeveer evenveel als van grond tot de schoft.

Ruglijn: Krachtig met een vlakke bovenbelijning.

Lendenen: Kort en krachtig.

Borstkas: Diep met goed gewelfde ribben.

 

Staart: Goed aangezet, niet te dik. Vrolijk gedragen maar nooit over de rug.

Voorhand:

Schouders: Fijn, goed schuin aanliggend en gespierd.

Voorbenen: Vanaf elke kant gezien volkomen recht. Stevige botten en goed gespierd.

 

Achterhand: Goed ontwikkeld met krachtige spieren, gespierd.

Dijen: Krachtig gespierd. Knie: Gebogen. Spronggewricht: Goed laag, noch naar binnen noch naar buiten draaiend.

Wolfsklauwen dienen verwijderd te worden.

Voeten: Klein en goed gesloten. Nagels bij voorkeur zwart, andere kleuren ook toegestaan.

 

Gangwerk: Bij het komen en gaan moeten de benen zich in een rechte lijn naar voren en naar achteren bewegen. Goed aangesloten ellebogen. Van opzij gezien een vrije, soepele, harmonische gang.

 

Saskia Klein * Van Bergenstraat 3 * 9301 ED Roden * 050-5014957 * fromdraperstown@gmail.com * Copyright * 2012 * All Rights Reserved.